Bang voor de dood

Engel MadridWe hadden haar handen vast, mijn vader, broer en ik. Hielden onze adem in toen zij haar laatste adem uitblies. Zeiden vervolgens even helemaal niets. Ze was overleden. Dood. Haar leven en vooral alle pijn. Voorbij. Ik aaide haar zachte wangen. Haar frêle lijf was nog warm, haar glimlach zacht. Ik deed mijn ogen dicht. Het voelde alsof ik aan mijn voeten naar beneden werd getrokken in een grote krater, mijn armen en benen tintelden. En toen voelde ik de armen van mijn vader en broer. We keken elkaar aan en knikten. En keken toen naar mama.

En heel eventjes, daar in die kleine kamer op de vierde verdieping van het kankerziekenhuis, voelde het magisch. Onuitstaanbaar veel verdriet, maar ook dankbaarheid. Dat wij bij haar sterven waren. Dat ze niet alleen was, dat wij samen met haar naar de drempel van het leven waren gelopen.  De wereld kon wachten. Wij waren hier. Alsof niet buiten familie, de pastoor, verpleegkundigen stonden te wachten.  We kaapten eindeloze minuten en waren even in een niemandsland. Samen met haar.

De verpleegkundige met de felle oorbellen en een groot hart kwam binnen en vroeg of ik wilde helpen. Helpen? Ze gaf de kleren van mijn moeder aan. O ja, ik mocht haar aankleden.  Samen met mijn broer. Ja dat wilde ik wel. En hij ook. Eerst wasten we haar. Het lijf dat ons gedragen had woog haast niets meer. Maar ik vond het niet eng. Hoe je je dode moeder aankleedt? Met heel veel liefde. De champagnekleurige panty. De grijze rok. De vrolijke blouse over haar magere lijf.

En toen brak ik. Want ineens lag er geen zieke moeder meer in bed, maar de mama die ik zo goed kende. Die mooi was. Niet ziek maar stoer en chique. Die er nu bij lag alsof ze zomaar weer wakker kon worden. Ik liep de gang op, heen en weer geslingerd tussen diep verdriet en euforie om de pijn die nu voorbij was. Ik huilde toen ik mijn opa, oma, ooms en tantes, buren zag staan. Zij huilden ook, keken naar de grond. Ik zei dat het zo verdrietig was maar ook zo mooi. En dat ze er nu zo prachtig bij lag. Dat ze echt moesten gaan kijken. Dat het niet eng was.  De dood. Maar dat wilden ze niet.  Ze begrepen me niet. Niet allemaal. Ik was veertien. Mijn tantes waren bang.

Ze zeggen wel eens dat je eerst iets meegemaakt moet hebben voordat je je er een voorstelling van kunt maken. Dat het altijd anders is dan dat je dacht. En dat is ook zo. Want hoe leg je in godsnaam aan een ander uit hoe je het leven het lichaam ziet verlaten, hoe een lijf lijkt te ontspannen, en wat dat met je doet. Je kunt naar woorden zoeken, maar je vindt ze niet.

Bang voor de dood? Twee van de drie Nederlanders praten nooit met dierbaren over hun eigen dood en over het afscheid erna. Vier van de vijf mensen zetten uitvaartwensen niet op papier. En bijna de helft wil de overledene na de dood niet meer zien. Nog even, en we kunnen net als in Amerika een crematie geheel online regelen. Dan hoef je de dode niet meer te zien, laat je de uitvaart achterwege en krijg je vanzelf een busje met as thuis bezorgd. De dood verdwijnt dan geheel uit je leven.

Ik kan me er niets bij voorstellen. Want hoe verschrikkelijk het ook was om mensen te verliezen van wie ik nu nog steeds houd: aanwezig te mogen zijn bij hun sterven, ze in al hun kwetsbaarheid zien, hun dode lichamen toedekken met liefde. Dat was niet eng, het was een geschenk. Dat niet iedereen gegeven is.

 

Daan Westerink, november 2014

(Dit artikel verscheen ook in Vakblad Uitvaart, november 2014)

Over Daan Westerink 554 Artikelen
pedagoog (MEd), rouwdeskundige, docent en onderwijsontwikkelaar, publicist, mediator, trainer en social media expert.

7 Reacties

  1. Datzelfde heb ik ervaren bij de dood van ouders en schoonouders . De sfeer rond een sterfbed heeft iiets heiligs.

  2. Wow wat heftig maar zo mooi beschreven.
    En helaas ook zo herkenbaar.
    Nu 2 maanden na t overlijden van mijn moeder. Zijn dit hele mooie woorden!

  3. Ook ik hield even de adem in bij het lezen van jouw column. Mooi zoals jij het overlijden van jouw moeder beschrijft: zo liefdevol en zuiver, maar ook zoveel lichtvoetiger dan er doorgaans over de dood wordt geschreven. Knap zoals je de intieme ervaring van een tijdloos vacuüm invoelbaar weet te maken: ‘We kaapten eindeloze minuten en waren even in een niemandsland.’ Dat is de magie van het woord!

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.