Radicale liefde

Na de aanslagen in Frankrijk kan ik wekenlang niet schrijven. Ik ben verward. Als journalist, als rouwdeskundige, als docent, als moeder. Er komt niets zinnigs uit mijn pen. Ik heb alleen maar vragen. Waarom moesten zoveel mensen voorgoed afscheid nemen van hun zo geliefde zoon, dochter, partner, vader, moeder, broer, zus, kleinkind, grootouder? Wat hebben de agente uit Martinique, de joodse studenten en de andere slachtoffers te maken met de oorlog in Syrië? Ik weet het niet. En dus zwijgt mijn pen.

Praten doe ik wel. Op de school voor journalistiek in Utrecht bijvoorbeeld, waar ik met andere docenten een bijeenkomst organiseer voor studenten. Twee dagen na de aanslag. Of ze nu woedend, rustig of intens triest zijn: we willen er voor ze zijn. En ze komen.

Met heel veel vragen. Wat is nu eigenlijk die vrijheid van meningsuiting en is dat hetzelfde is als het recht om te kwetsen? Waarom voelen sommige mensen zich beledigd en welke mogelijkheden biedt ons rechtssysteem dan? En moet je publiekelijk afstand nemen van een afschuwelijke daad, alleen maar omdat je zelf ook moslim bent? Een bijeenkomst met veel pittige vragen, geen pasklare antwoorden, een storm aan emoties en de bereidheid om met elkaar in gesprek te blijven.

’s Avonds ga ik online, in de hoop op, ja, wat denk ik daar eigenlijk te vinden? Antwoorden? Een goed gesprek? Voer voor een mooie column? Grote teleurstelling. Op Twitter en Facebook zijn mensen vooral hun eigen gelijk aan het rondschreeuwen. Niks luisteren. Niks nuance. De stelligheden vliegen me om de oren. ‘Het is oorlog’. ‘Ik ben Charlie wel!’ ‘Ik niet!’. Je moet je publiekelijk uitspreken tegen de aanslag want anders ben je voor. Ik verstom. Laptop gaat weer uit.

Een week later noemt de bevlogen Rabbijn Soetendorp op radio 1 het docentschap een heilig beroep. Hij geeft overal in het land zogeheten Respect-lezingen, waarmee hij bruggen wil slaan tussen joden en moslims. Ook nu. Volgens Soetendorp moeten docenten hun hart openen voor alle leerlingen. Juist nu. “Het hart van de kinderen, de geest, is in de handen van docenten. Wanneer een leraar iets van zichzelf laat zien en dan het hart opent, dan komen er ook authentieke verhalen van leerlingen.” Zegt de man die net als zijn vrouw nog in leven is omdat in de oorlog mensen zijn leven hebben gered. Die regelmatig wordt bedreigd.

De rabbijn pleit hartstochtelijk voor saamhorigheid, die ontstaat als er gepraat kan worden in een klas, als geen enkel  kind, welke rol hij ook heeft, alleen komt te staan. Vastberaden besluit hij zijn betoog: “Er is hoop. Je bent niet machteloos. We zijn niet machteloos.” Voor hem is het glas nog steeds halfvol. Ook na de aanslag.

Het pleidooi van Soetendorp doet me denken aan de documentaire uit 2003 over de Japanse leraar en filosoof Kanamori, die niets liever wil dan dat zijn leerlingen gelukkig zijn. En dat worden ze volgens hem door naar elkaar te luisteren en voor elkaar te zorgen. Hij reist de hele wereld over vanwege zijn bijzondere visie op het omgaan met kinderen. Een vriend van mij, ook docent, noemt zijn methode radicale liefde.

En dan valt bij mij het kwartje. Zijn wij niet allemaal docenten en leerlingen? Dienen we niet allemaal onze harten te openen voor de mens die tegenover ons zit, die graag wil dat er naar hem geluisterd wordt? Noem het naïef, want er worden nog steeds mensen vermoord door mannen vol haat. Maar het antwoord op die haat is volgens mij niet nog meer haat. Het antwoord op haat is radicale liefde. Die met de paplepel ingegoten moet worden.

* Telephos is de zoon van Heracles en de priesteres Auge. Zij werd gedwongen haar kind te verlaten in de bergen van Arcadia, waar hij werd gevoed door een hinde, totdat hij werd gered door zijn vader. (Musei Vaticani, Rome).

Over Daan Westerink 515 Artikelen
pedagoog (MEd), rouwdeskundige, docent en onderwijsontwikkelaar, publicist, mediator, trainer en social media expert.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.




Reacties Beschermd door WP-SpamShield voor WordPress