Rouw in het gezin – wat is normaal?

Bij Hospice Bardo in Hoofddorp gaf ik de lezing ‘Rouw in het gezin’. Een bijzondere plek, met bijzondere medewerkers. Er alle ruimte voor het stellen van vragen. En die kwamen er. Over kwetsbaarheid bijvoorbeeld, over verdriet mogen voelen, maar ook over het mogen genieten in tijden van rouw, over de kracht die je kunt voelen na een verlies.

Wat is normaal? Veel. Rouw is zoveel meer dan alleen maar praten en huilen. Het is het zoeken naar een balans. Je slingert heen en weer tussen de confrontatie met het verlies en het weer oppakken van het leven (Duale procesmodel van rouw, Stroebe en Schut). Soms gaat dat heel soepel, dan weer hartstikke schoksgewijs. Er zijn veel misverstanden rondom rouw. Dat het na een jaar weer over moet zijn, dat er verschillende rouwfases zijn, dat kinderen anders rouwen, dat verdriet slijt en dat de dood een plekje moet krijgen. Maar er zijn geen wetten of regels voor rouw: zoveel mensen, zoveel manieren om te rouwen.

Sommige misverstanden irriteren mateloos. Dat kinderen moeten praten over hun verdriet, bijvoorbeeld. Dat een rouwgroep altijd goed is.  Dat volwassenen beter weten wat goed is voor kinderen dan kinderen zelf. Dat het masker bij pubers af moet. Voor wie moet dat? Voor de jongere? Voor de hulpverlener? (‘zo fijn dat ze bij mij wel haar tranen durfde te laten zien’). Nee. Het gaat erom dat kinderen en volwassenen de kans krijgen om te blijven slingeren. Dat ze verdrietig mogen zijn en dat ze tegelijkertijd ook mogen genieten van wat er nog wel is.

Hoe je dat doet, slingeren? Met vertrouwen. Met fijne mensen om je heen. Mensen die vragen waar je behoefte aan hebt. Die luisteren naar het antwoord, ook als je dat niet hebt. Mensen die stiltes aankunnen, die accepteren dat je soms op 1 dag strontchagerijnig en dan weer uber-melig kunt zijn, en vooral mensen die weten dat je niet eerst moet rouwen voordat je verder mag met je leven. Die snappen dat je af en toe ook wilt genieten met vrienden. En die dan niet zeggen ‘hee, gaat het alweer zo goed met je?’ of ‘je  mag best laten zien dat je verdrietig bent’.  Als je lacht, lach je, als je huilt, huil je. En als je wilt spelen, dan mag je spelen.

Vergis je niet: de meeste mensen, dus ook kinderen, hebben geen rouwbegeleiding nodig na een verlies. Die hebben een veilige basis nodig. Vertrouwen. In zichzelf, in mensen om zich heen. Als er iemand dood gaat, dan krijgt dat vertrouwen soms een enorme klap. En dan is het verschrikkelijk fijn dat die leuke oom die leuke oom blijft (en geen hulpverlenerstrekjes krijgt), dat die docent die duidelijke docent blijft (want dat geeft ook houvast), dat die voetbalvriend die voetbalvriend blijft (met wie je even keihard alles eruit kunt gooien tijdens een training) en dat iedereen die eerst bij je langs kwam dat nu ook blijft doen (al weten ze soms niet wat ze moeten zeggen. Dat is niet erg. Dat weet je zelf ook niet). Als er zekerheden in je leven ineens verdwenen zijn, is het fijn dat andere zekerheden blijven. Om je aan vast te houden.

Een balans zoeken is niet hetzelfde als erover praten. Praten wordt zwaar overschat in tijden van verlies. Vind ik. Praten is een middel om met elkaar te communiceren. Handig, ook in tijden van rouw. Maar communiceren kan ook op andere manieren. Door samen te genieten van een concert. Door samen hard te lopen. Door samen een pot thee leeg te drinken en ondertussen een filmpje te kijken. Door ruimte te geven om vragen te stellen. Door die dingen te doen met mensen die je hiervoor ook zo graag deed. Samen.

De beste rouwbegeleiding wordt nog altijd meestal gegeven door buren, vrienden, docenten, familie.

En sommige mensen, groot en klein, hebben op den duur meer nodig. Omdat het helemaal niet meer lukt om van iets of iemand te genieten. Omdat je langere tijd denkt dat het leven niets meer waard is. Omdat je rond blijft lopen met schuldvragen. Omdat je helemaal niets meer durft te voelen. Omdat je teveel voor een ander bent gaat zorgen en jezelf een beetje vergeet.

En ook dat is normaal. Net zoals het normaal is om dan hulp te vragen.

Hieronder een impressie van de avond. Foto’s zijn gemaakt door Carla van Onselen

Over Daan Westerink 516 Artikelen
pedagoog (MEd), rouwdeskundige, docent en onderwijsontwikkelaar, publicist, mediator, trainer en social media expert.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.




Reacties Beschermd door WP-SpamShield voor WordPress