Een huis waar je dood durft te gaan (en het leven mag vieren)

De parkeerplaats achter de enorme flat maakt je niet echt blij. Blik naast blik en een uitzicht op een gebouw uit de jaren zeventig. Ik kijk het adres nog een keertje na, en stap dan toch de ingang binnen, en verbaas me erover dat er geen receptie aanwezig is.
Na een lange gang duw ik een deur open.

En dan gebeurt het. Als vanzelf begin ik te lachen. Ik weet niet wat me overkomt, maar de gang vol historische rolstoelen en een hondekar werkt enorm op mijn lachspieren. En dan zie ik de schilderingen op de muur. Vogels, in alle soorten en maten.

Ik loop een stukje verder, en dan valt me ineens op wat er zo anders is hier: niets is hier standaard. De lampen zijn volumineus, geen een is hetzelfde. De deuren, wat is er toch aan de hand met de deuren! En dan zie ik het: iedere deur is er een uit vervlogen tijden. Mooie, handwerk deuren, geen 10 in een dozijn, en prachtig afgewerkt. Ik draai om mijn as in de hal, en zie dan de receptie. Die zit dus helemaal aan de andere kant van het gebouw, met uitzicht op wat ooit een parkeerplaats was, en nu een prachtige binnentuin. De auto’s zijn uit het uitzicht verdwenen, wandelaars, water en groen zijn ervoor in de plaats gekomen.

Ik ben hier omdat ik onlangs iedereen opriep het heft in eigen handen te nemen, en het leven te vieren tot het einde, ook in het verzorgingstehuis. Vooral riep ik op je nooit te laten weg stoppen in het huis des doods, van die steriele plekken waar niet alleen de bewoners, maar ook de bezoekers doodziek worden van de geur, de kleur en het gebrek aan privacy en eigen wil. Naast bijval kreeg ik ook boze reacties: weet je wel hoeveel er bezuinigd wordt in de zorg, en weet je wel dat het helemaal niet zo erg is om in zo’n huis opgenomen te worden? Het zal wel, maar in zo’n laatste huis wil ik niet dood gevonden worden.

Een hele andere reactie kreeg ik van Hans Becker, de econoom die in Rotterdam en wijde omgeving 32 voormalige verzorgingstehuizen heeft omgebouwd tot leefplekken met ‘levensloop bestendige woningen‘,  waar de wens van de bewoners centraal staat. Beckers, zelf inmiddels 67 ‘en ik ben nog lang niet van plan te stoppen’, geeft bewoners terug wat hen zoveel jaren is ontnomen: een plek waar ze zichzelf kunnen zijn tot het einde. En waar hun familie en vrienden vaak tot ’s avonds laat blijven hangen. Ook aan de bar waar zelfs dementerende bewoners een wijntje of een borreltje mogen drinken. Becker heeft de betutteling de nek omgedraaid, en de gedacht dat zoiets toch niet kan in deze tijd van bezuinigingen (vorig jaar hield hij meer dan een miljoen euro over). Hij mailde dat hij blij was met mijn artikel, en nodigde me uit eens te kijken in een huis waar het leven tot het einde wel gevierd kan worden.

Ik word eerst door een medewerker rondgeleid in het Herinneringsmuseum, in de kelder van het huis. Een plek waarbij je je even terugwaant in het huis van je (groot-)ouders. Ik schiet bijna vol bij de aanblik van mijn eigen oude Raffeisen-spaarpotje. En ik besef hoeveel je ongemerkt opslaat uit je jeugd: ik zie overbekende koekblikken, vimpotjes, groene zeep, kleedjes, de lampetkan en de naaimachine van oma en het bed van mijn ouders.

Boven wacht Beckers op me in het restaurant van het 12 verdiepingen tellende huis. Hij vraagt of ik slibtong lust. Ik val weer achterover. Het restaurant is iedere dag open, en toegankelijk voor iedereen, net als andere restaurants. Bewoners, varierend van zelfstandig wonend tot bedlegerig of dementerend, moeten er voor 5,5 euro kunnen dineren, en met veel fantasie kun je daar ook lekker van eten. De gaarkeuken is na de overname dan ook gesloopt. Wat er voor terug is gekomen overtreft alle verwachtingen, die ik niet eens had. Ik kijk om me heen. Aan lange, sfeervol gedekte tafels zit een chique aangeklede familie te eten. Wijn staat op tafel, er wordt geklonken, geknuffeld en gelachen. Hans vertelt dat zij net hun (groot-)moeder hebben begraven. Zij is niet via de achterdeur (of zoals ik laatst meemaakte, via de keuken) het huis uitgesmokkeld, maar gewoon via de gang. ‘Iedereen hier weet dat ie dood gaat, soms ook op korte termijn. Maar het feit dat mensen hier hun laatste jaren kunnen doorbrengen op een prettige manier, maakt het afscheid nemen ook iets makkelijker’. Dus voor deze familie geen kamertje achteraf, geen cake en koffie, maar een uitgebreide lunch midden in het restaurant, in de hal van het huis, temidden van de anderen. De dood is hier midden in het leven aanwezig. En zo te zien voelt dat goed.

Hans wordt door iedereen bij de mouw gepakt. Zijn echtgenoot, zijn pleegzoon, de manager van de keuken, de kunstschilder die zijn schilderijen mag exposeren aan de vele wanden in het restaurant: iedereen wil hem iets vragen of gewoon iets aan hem vertellen. Ook bewoners pakken zijn hand vast. Een mevrouw vertelt hoe blij ze nu is, terwijl ze vorig jaar nog zo depressief was. Haar man kon niet meer thuis wonen, en lag te verpieteren in het verpleeghuis. Tot zij beiden een plekje kregen in dit huis. Ze wonen nu weer samen, in een van appartementen, met de zorg letterlijk om de hoek. Ze heeft uit dank haar glazen servies gedoneerd aan Hans, die daar op de een of andere manier wel weer een plek voor weet te vinden. In het overvolle museum, kantoor, of in een van de andere 31 huizen. We heffen het glas, en ik vertel hem dat ik hoop dat hij op korte termijn de rest van het land zal verlossen van zijn steriele verpleeghuizen. Hij glimlacht wijs, en zegt: we zullen zien.

Wat is nu het geheim van zijn receptuur? ‘Twee dingen zijn belangrijk: In de eerste plaats: ja zeggen tegen de wensen van mensen, waardoor medewerkers hier altijd in dialoog gaan met de bewoners, i.p.v. alles af te wijzen. Er heerst hier dus een ja-cultuur. Wil je je katten meenemen? Wil jij ’s avonds een leuke meneer op bezoek om je te verwennen? Wil jij tot laat in de avond aan de bar hangen? Wij kijken samen hoe we het mogelijk kunnen maken. De wensen van bewoners zijn het uitgangspunt. Daarnaast is het belangrijk dat je hier ook je familie kunt ontvangen. Dat je daar niet de deur voor uit hoeft. Als je familie het hier fijn vindt, komen ze vaker bij je langs dan als je ergens bent waar de sfeer niet goed is. En je ziet dat mensen hier heel lang bij hun ouders of grootouders op bezoek gaan. Ze gaan eerst naar de kamer of het appartement, en vervolgens wandelen, of naar de pedicure, naar de fysio, naar de kapper, of naar het restaurant.’

Hier ligt niemand tegen zijn zin al om 7 uur op bed, omdat er geen personeel voorhanden is. En hier wordt een mevrouw in haar rolstoel de rokersruimte ingereden, waar ze in de gezellig ingerichte kamer een sigaretje rookt, samen met haar begeleider.  Hier zit een dementerende meneer heerlijk te genieten van zijn wijntje en gezellige muziek, i.p.v. te dwalen door lege gangen. En ondertussen lopen er kinderen, wordt er gelachen, en is het net alsof je je bevindt in een dorpscafé uit de jaren zestig. It takes a village to raise a child, volgens een Afrikaans gezegde, en ik denk dat we dat dorp ook nodig hebben als we aan het einde van ons leven zijn. En dat dorp heb ik gevonden. In Rotterdam.

Als je niet weet wat er mogelijk is, weet je ook niet wat je mist. Pas dus op: na een bezoek aan een van de huizen van Hans Becker is er geen weg terug. Dan blijf je vechten tot je dood kunt gaan, in een van die huizen in Rotterdam. Of je pleegt zelf een coupe op een van de nare verpleegtehuizen in de rest van het land. De staatssecretaris is al fan, nu de rest van het land nog.  Jammer dat je er geen plekje mag reserveren als je nog maar 40 bent. Anders had ik het wel geweten.

Daan Westerink, 6 februari 2009


Hans Becker en een oude schuur in het Herinneringsmuseum.


De beeldentuin en de hal van het huis.

Foto’s: van Humanitas.

Over Daan Westerink 515 Artikelen
pedagoog (MEd), rouwdeskundige, docent en onderwijsontwikkelaar, publicist, mediator, trainer en social media expert.

11 Reacties

  1. Avatar van Jos van Haut
    Deze initiatieven moeste eigenlijk meer navolging hebben. Je ziet dan inderdaad dat mensen weer gaan leven van dat kleine beetje menselijkheid. Zelf heb ik het tegenovergestelde ook gezien en meegemaakt. De verhalen aangehoord van mensen. Wetende dat je niets kan doen dan alleen maar luisteren en aanwezig zijn. Dit soort initiatieven zijn voor deze mensen een uitkomst.

  2. Avatar van Daan Westerink
    Zoë: er zijn mensen met indicatie, mensen die zelfstandig wonen, mensen met psycho-geriatrische problemen, er zijn mensen die verzorging nodig hebben. Dat betekent dat alphahulpen, verpleegkundige, thuiszorgmedewerkers, vrijwilligers, en iedereen die je in kunt schakelen met je PGB budget daar in en uit lopen. De enige medewerkers die er te weinig zijn, zijn de thuiszorgmedewerkers, zoals overal in het land.
    Wat ook leuk is: de populatie is Rotterdams gevarieerd. Ik zag witte Nederlanders, Molukse Nederlanders, Surinaamse, Islamitische mensen, en you name it Nederlanders.

    Peter: leuk je hier weer te zien!

    Knaap en Mo: ik ook!

    Coby: Ja, er gebeuren fantastische dingen, en die wil ik vaker benoemen, ook hier. Ik heb Decker een lijstje met Utrechtse huizen gegeven die hij zo over mag nemen.

  3. Avatar van Peter
    Grappig, dacht vandaag aan jou en vroeg me af of je nog actief was op het volkskrantblog. En ja, mooi je warme bijdrage vol menselijkheid.

  4. Avatar van Zoë
    leuk dat je van hem een reactie hebt gekregen. Het huis klinkt fantastisch! Maar er wonen dus heel verschillende bewoners? sommigen nog zelfstandig begrijp ik. Ik vraag me natuurlijk wel af wat voor en hoeveel personeel er werkt. Verpleegkundigen, verzorgenden, helpenden en vrijwilligers?
    Ik hoop dat er meer van dit soort huizen komen. Het lijkt me prettig om er te werken.
    gr Z

  5. Avatar van coby
    Hier word ik nou helemaal blij van, dat dit óók kan en er is. Er zouden er veel meer van moeten komen, in heel Nederland. En het is economisch ook nog te doen, begrijp ik uit je bijdrage.
    Er is toekomst ook voor de mens die ouder wordt dus!

    hartelijke groet, Coby

  6. Avatar van Daan
    Demio: ik moest aan jou denken toen ik er rondliep. De zorg is er heel goed, er is een klachtencommissie, een clientenoverleg, en men is heel alert. Wat ik opving, is dat de oude medewerkers nog steeds moeten wennen, omdat niet het protocol (wat kan en mag wel, wat niet) bindend is, maar de zorg voor de bewoners.

    Amelie: met indicatie kan het snel gaan, maar zonder (als je boven de 65 bent, nog niets mankeert maar er wel alvast wilt gaan wonen) duurt het jaren voor je terecht kunt. Ik zou er ook zo gaan wonen! Omdat het er prettig is.

    Laila: ja, daar moest ik ook om grinneken (omdat hij er nog veel meer andere wensen aan toevoegde :-)))

  7. Avatar van demio
    Dat klinkt heel goed Daan, maar hoe is het met de dagelijkse verzorging? Dat zie je niet aan de buitenkant. Mijn moeders verpleeghuis was ook gezellig, aardig en mooi.

  8. Avatar van amelie.pardouze
    Echt prachtig en heel hoopgevend, je zou er bijna zelf willen wonen (nog niet uitmakende van de doelgroep), leve Meneer Becker! Hoelang is de wachtlijst wel niet?

  9. Avatar van laila
    Tjongejonge; dat klinkt goed.
    Met ‘savonds een leuke meneer op bezoek,en elke dag smullen wil ik daar wel honderd worden:-)

    (Overigens heb ik roots bij Humanitas, die ik sympathie toedraag.)

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.




WordPress Anti-Spam door WP-SpamShield