email extractor

De wereld is voor Daan

Daan blogt over rouw, verlies, en over het leven zelf

Het taboe op persoonlijk verdriet in de literatuur is onterecht

Het succes van ‘Tonio’ toont aan dat de decennialang geldende opvatting ‘je schrijft niet over je eigen leed’ voorgoed verleden tijd is. Nu de recensenten nog overtuigen.

De dood is van alle tijden. Erover schrijven ook. Maar o, wee als je een serieuze, literaire auteur bent, en een boek schrijft na de dood van bijvoorbeeld je bloedeigen kind. Dan zijn de literair recensenten van slag. Het onderwerp van een roman kan namelijk ‘zo diep door de ziel snijden, dat niet iedereen het durft te lezen’ (Trouw, 9 mei).

‘Tonio’, de requiemroman die deze week de Libris Literatuurprijs won, is zo’n boek dat lezers diep raakt. In ‘Tonio’ reconstrueert A.F.Th. van der Heijden het leven en het overlijden van zijn zoon, die bijna twee jaar geleden bij een verkeersongeluk om het leven kwam. Er werden 100.000 exemplaren van verkocht en daar zal het niet bij blijven. Maar volgens Trouw-journalist Joost van Velzen stoot zo’n zwaar thema mensen ook af.

Of zit het anders, en stoot het thema ‘rouw’ alleen maar sommige recensenten af? Een veelgeprezen auteur schrijft ineens een persoonlijk boek. Over het eigen leed. Lezers omarmen het boek. Kun je andere autobiografische, minder goed geschreven boeken nog wegleggen of afschrijven onder het mom ‘zelfhulpboeken’, met het boek van Van der Heijden kan dat niet. En kun je bij een roman nog op zoek gaan naar gelijkenissen met het leven van de auteur, vanaf de eerste regel van ‘Tonio’ weet je dat niets verzonnen is.

Je moet er dus iets mee, en dat kan voor de recensent, die ook maar een mens is, heel confronterend zijn.

Van der Heijden is niet de enige serieuze auteur die over zijn eigen leed schrijft. In 2001 overleed Margit Widlund, dochter van Anna Enquist, die daarna de dichtbundel ‘De tussentijd’ schreef, opgedragen aan Margit. Recensenten reageerden vernietigend. Het was voor sommigen te moeilijk om de gedichten te beoordelen; enkelen beschuldigden haar zelfs van het etaleren van haar verdriet. Maar ook zij is niet de eerste met wie die arme recensenten niets aankunnen.

Op 18 oktober 1943 sterft Dicky, het achttien maanden oude zoontje van arts en schrijver Maria Vasalis (1909-1998), aan de gevolgen van kinderverlamming. Na zijn dood ziet Vasalis parallellen met de vogel Phoenix, waar ze een week voor Dicky’s dood over droomde. “Hij was zo sterk en zo mooi en zo lief, en het was net als met dat vogeltje Phoenix waarvan ik droomde, ik moest op hem passen maar hij hield mij eigenlijk vast.” “De dood van Dicky is het die haar tot schrijven dwingt”, schrijft Vasalis’ biografe Maaike Meijer, “door haar vinger, die een pen wordt, te omklemmen, alsof de creativiteit wortelt in het verlies, de dood.”

De gedichten verschijnen een paar jaar later in de bundel ‘De Vogel Phoenix’, die, zoals al haar bundels, door het publiek goed wordt ontvangen. Vasalis schrijft over gevoelens die nooit eerder zo opgeschreven zijn. Van critici en collega’s ontvangt zij echter veel hoon. Zo noteerde de schrijver W.F. Hermans bij de regel ‘De kaarsen brandden in de donkre kroeg,/ ik was afzonderlijk en somber in mijzelf gezeten’: “Ach mevrouw, wat doet u in een kroeg?”

Na de dood van Vasalis verschijnt postuum ‘De oude kustlijn’, haar vierde dichtbundel. Binnen vijf weken staat de bundel in de Boeken Top 10. Geen enkele schrijver wordt zo vaak genoemd door nabestaanden als Vasalis. De regel ‘Zoveel soorten van verdriet, ik noem ze niet. Maar één, het afstand doen en scheiden. En niet het snijden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn.’ (‘Vergezichten en gezichten’, 1954), is een van de meest geciteerde zinnen in rouwadvertenties.

De lezer geeft dus uiteindelijk het enige antwoord op de vraag ‘mag je over je eigen leed schrijven?’ Ja, dat mag. Het succes van ‘Tonio’ toont aan dat de decennialang geldende opvatting ‘je schrijft niet over je eigen leed’ voorgoed verleden tijd is. Nu de recensenten nog overtuigen.

Wat blijft verwonderen is de kritiek dat het afstotelijk zou zijn. Want is het eigenlijk wel zo bijzonder, dat een boek mensen afstoot? De boeken van Jan Wolkers stootten ook mensen af, vanwege de expliciete teksten over seksualiteit die erin voorkomen. Net als ‘Tonio’ waren zijn boeken vaak gebaseerd op eigen ervaringen. Ook die boeken vonden een groot lezerspubliek. Het geheim? Ze zijn ontzettend goed geschreven.

Daan Westerink

Dit artikel verscheen op 12 mei 2012 in Trouw.

Artikel 'Taboe op persoonlijk verdriet in literatuur is onterecht' in Trouw, 12 mei 2012

©2012 – Alle rechten voorbehouden aan Trouw.

Er kwam een meisje bij de middelbare school (hoe scholen kinderen weigeren)

© StartBedrijf.nl

Op 21 januari bezochten wij met onze dochter (groep 8, 11 jaar),  de open dag van de Stichtse Vrije School in Zeist. Een school voor vmbo-tl, havo en vwo. Maar vooral een school, aldus buurkinderen en vriendinnen, waar je op een prettige, uitdagende manier veel kan leren, en waar ruimte is voor ‘jezelf zijn’. Ze meldde zich aan, maar werd afgewezen. Hieronder een verslag.

Een school waar je creatieve vakken volgt, naast de gewone vakken. De Stichtse Vrije School in Zeist. Onze dochter heeft dyslexie, en ontdekte op de website van de school dat dit geen probleem is. ‘De Stichtse’ biedt zoals meer scholen remedial teaching aan, en leerlingen kunnen op de computer werken met behulp van dyslexiesoftware.

Tijdens de open dag vindt ze direct haar weg. Een leerlinge uit het tweede leerjaar spreekt haar aan en vraagt of ze behoefte heeft om rondgeleid te worden. Dat heeft ze. Samen wandelen de meiden door school ze raakt in gesprek met de docente Duits, de docent Aardrijkskunde, en ontdekt minstens vijf creatieve ‘handvaardigheid’-lokalen. Vervolgens gaat ze op zoek naar de docenten die remedial teaching geven. Continue reading

Waarom ik niets wilde zeggen over Friso en Lommel, maar wel over de schietpartij in Alphen aan de rijn

Prins Friso werd getroffen door een lawine en iedereen dook boven op de koninklijke familie. Ook werd flink gespeculeerd over de afloop: gaat de prins dood of niet, en hoe moet het dan verder met zijn moeder en met Mabel en haar dochters? Ik wilde niet meewerken aan de speculaties en vooral wilde ik gehoor geven aan de wens van de familie om met rust gelaten te worden. En daarom ging ik niet in op verzoeken van de media om commentaar te geven.

Ook toen kinderen en enkele volwassenen uit Lommel en omstreken verongelukten in Zwitserland, wilde ik niet meedoen aan uitzendingen. Ouders wisten nog niet eens of hun kind het had overleefd, of er stonden al verslaggevers ter plaatse. Net als bij het ongeluk van Friso vond ik het gewoon ongepast om zo kort na een heftige gebeurtenis familieleden en andere betrokkenen lastig te vallen. Continue reading

Rouwen om je ouder. Het rouwproces van volwassen kinderen na de dood van een ouder – Marilou Koene-Boulanger

Het hoort bij het leven dat je op een gegeven moment afscheid neemt van je ouders. Als het goed is heb je dan zelf, als volwassene, al een heel eigen leven opgebouwd. Met mogelijk een gezin, een baan, een uitgebreide kennissen- en werkkring.

Maar dat het normaal is, betekent niet dat de dood van een vader of moeder niets voorstelt. Hoe de band ook was: dit definitieve afscheid doet soms meer pijn dan je van te voren kunt bedenken.

Marilou Koene-Boulanger laat in haar boek diverse volwassenen aan het woord die een ouder verloren. Daarnaast vertelt ze over het verlies van haar eigen ouders. In het tweede gedeelte van het boek geeft ze algemene informatie over het rouwproces van volwassen kinderen.

Het boek is een aanrader, al was het maar vanwege het feit dat er niet zoveel aandacht is voor volwassen kinderen die hun ouders verliezen. Ook is het prettig dat de verhalen heel verschillend zijn. Wel is het jammer dat de verhalen door de zonen en dochters zelf geschreven zijn. Dat gaat soms ten koste van de stijl en de kwaliteit van het boek.

Marilou Koene-Boulanger (Akasha)

ISBN 9789 4601 5062 3, prijs € 19,50

 

Deze recensie verscheen in Vakblad Uitvaart, april 2012

Podium voor een onzichtbare moeder

De oude moeder van een vriend is gestorven. Hij vertelt hoe hartverscheurend het was om zijn demente, verdrietige vader bij het graf te zien zitten in zijn rolstoel.

Maar vooral vertelt hij over zijn jeugd, met zijn moeder, die altijd zorgde voor warmte in het huis, ook toen hij dacht dat niet nodig te hebben. Ze was er, ook toen hij zo eenzaam was na verhuizing, terug in Nederland.

Een moeder die er gewoon was. Een moeder die al jong trouwde. Ik herken zoveel in zijn verhaal. De rillingen lopen over mijn lijf. De liefde voor zijn moeder sijpelt overal doorheen. Hij geeft betekenis aan het leven van de vrouw die kinderen kreeg, maar geen echt, eigen leven.

Annie Westerink - Oude Nijhuis (ong. 1949)

En ik denk terug aan mijn moeder. Die zo ongelooflijk slim was, maar als oudste de kost (mee) moest verdienen.

Die haar rug kromde in de fabriek, maar haar geest niet liet knechten. Die er altijd was met een kopje thee, ook als ik er helemaal geen zin in had.

En die alles las wat los en vast zat. Een inhaalslag, noem ik het nu. Niet mogen studeren, het was toen heel normaal. Maar wat moet het vreselijk voor haar zijn geweest. Alles willen weten, maar geen toegang krijgen tot kennis.

Zij had geen twitter, blog of opleiding tot haar beschikking, middelen om op een podium te kunnen klimmen.  Maar sterker nog: ik denk ook niet dat ze op een podium had willen staan. Mijn moeder hoefde al die poespas niet. Maar lezen en leren: dat had ze graag nog tientallen jaren gedaan.

Wat was ze geworden als ze –  wat ze van plan was – tegelijk met mij was gaan studeren? Als ze niet zo jong was gestorven?  Ik weet het niet. En zal dat ook nooit te weten komen. Maar ik weet wel dat haar leven zinvol was. Ze had betekenis voor de mensen die zielsveel van haar hielden.

Daarom dit podium voor haar, en voor alle moeders die voorgoed onzichtbaar zijn, maar die voor altijd zo aanwezig zijn  in de levens van hun kinderen. Een postuum podium voor mijn moeder omdat ik niet was waar ik nu ben als zij er niet was geweest.

De vriend stuurde een een paar regels uit het gedicht ‘Archaïsche grafsteen‘ mee van Ida Gerhardt. Alsof ik een deur naar vroeger opende. Deze regels gaan over mijn moeder.

Zij heeft het brood gebakken,
zij heeft de wol gesponnen,
het huis in stand gehouden.’
De wind beweegt, de bijen
zoemen de stilte stiller;
zij arbeiden, zij fluisteren:
‘het huis in stand gehouden,
het huis in stand gehouden.’

Als ik mijn ogen sluit, is het huis er nog steeds. En zij ook.

Daan Westerink, 30 maart 2012

Zonnekaartjes en Sterrenkaartjes – Daisy Luiten

Therapeute Daisy Luiten won internationale prijzen met het bordspel ‘Alle sterren van de hemel’. De Zonnekaartjes en Sterrenkaartjes zijn een vervolg. Ze maken het makkelijker om te praten over de (aanstaande) dood van een dierbare.

De Zonnekaartjes kunnen gebruikt worden als iemand (in het gezin, vriendenkring of familie) binnenkort zal overlijden. De kaartjes zijn een laagdrempelige manier om met elkaar te praten en dierbare herinneringen op te halen. Niet alleen geschikt voor kinderen, ook voor volwassenen zijn de kaartjes geschikt.

 

De Sterrenkaartjes zijn ontwikkeld voor kinderen en volwassenen die, alleen of met familie of vrienden, herinneringen op willen halen aan een overleden dierbare. Ook kunnen de kaartjes gebruikt worden om stil te staan bij iemand die vermist is, of waarmee, bijvoorbeeld door emigratie of de ziekte van Alzheimer, geen contact meer mogelijk is.

Voor beide kaartensets geldt dat de vragen speels en luchtig zijn.

Daisy Luiten (www.daisyluiten.nl)

Zonnekaartjes ISBN 978 90 7979 303 7, prijs € 14,50

Sterrenkaartjes ISBN: 978 90 7979 300 6 prijs € 14,50

Daan Westerink, 20 maart 2012

 

Deze recensie verscheen in Vakblad Uitvaart, maart 2012

Doodgeboren – Jan Bleyen

Vierendertig jaar lang staat in het trouwboekje van Frans en Lieve over de eerste van hun vier kinderen vermeld ‘Levenloos kind van het vrouwelijke geslacht’.

Hun dochtertje kreeg geen naam, werd na de bevalling direct weggehaald en van afscheid nemen was geen sprake.

Als in 1999 de wet verandert, en doodgeboren kinderen met terugwerkende kracht een naam kunnen krijgen, aarzelen Frans en Lieve geen moment.

Hun dochtertje krijgt voor het eerst een naam: Vera Margriet. Daarna sturen ze geboortekaartjes naar vrienden en familie.

Historicus Jan Bleyen tekende de verhalen op van vele ouders van levenloos geboren kinderen. De verhalen maken stuk voor stuk grote indruk.

En ze laten maar weer eens zien dat, ook al werd de dood decennialang verzwegen, de kindjes zelf nooit werden vergeten door hun ouders.

Jan Bleyen (De bezige Bij)

ISBN 978 94 234 6657 4, prijs € 19,90

Daan Westerink, 19 maart 2012.

 

Deze recensie verscheen in Vakblad Uitvaart, maart 2012

Verdwaald in alle vragen: een zoektocht na de zelfdoding van mijn broer – Alje Kamphuis

Als Ernst in augustus 2008 uit het leven stapt, heeft zijn broer, journalist Alje Kamphuis, hem al bijna een jaar niet meer gezien. De zelfdoding verrast iedereen. Ernst, of Ernesto, was muzikant en begenadigd kunstenaar. Politicus Alexander Pechtold, schrijver van het voorwoord, kocht diverse werken van hem. Maar Ernst had ook een bipolaire stoornis en probeerde zijn angsten en stemmingswisselingen te onderdrukken met alcohol en verdovende middelen. Ook werd hij diverse keren vrijwillig opgenomen. Ernst overlijdt op het moment dat zijn omgeving denkt dat het beter met hem gaat.

Broer Alje blijft achter met duizenden vragen. Waarom kon Ernst het leven niet meer aan? Waarom moest hij eenzaam sterven? Had iemand iets kunnen voorkomen? En hoe beleven anderen de zelfdoding van een geliefde of gezinslid? En moet er niet meer begrip komen voor mensen die psychisch ondraaglijk lijden?

Van klinisch psycholoog Ad Kerkhof tot de broer van Antonie Kamerling, van weduwe Xandra Brood tot de psycholoog van Ernst: Alje schetst een liefdevol, compleet portret van zijn broer, en van andere mensen die het leven niet meer aankonden. Door gewoon alle vragen te stellen die in je opkomen na de confrontatie met een suïcide.

Alje Kamphuis (Van Praag)

ISBN 978 90 4902 605 9, prijs € 19,95

Daan Westerink, 18 maart 2012.
Deze recensie verscheen in Vakblad Uitvaart, maart 2012

 

 

Hoezo, koningin Beatrix vlucht in het werk?

Soesterberg, 7 maart 2012: De Koningin opent de nieuwe Sergeant-majoor Scheickkazerne van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) in Soesterberg © ANP; foto: Jerry Lampen

Piet van Asseldonk schrijft op het weblog van de  NOS: ‘Het kan haar calvinistische arbeidsethos zijn, haar bijna spreekwoordelijke plichtsbetrachting. Evengoed kan er, na het tragische skiongeluk van haar zoon Friso, sprake zijn van ‘een vlucht in het werk’ . Duidelijk is : koningin Beatrix gaat dóór. Ook toen haar man prins Claus zich in 1982 ‘met klachten van depressieve aard’ – het begin van een lange ziektegeschiedenis -in een kliniek in Bazel liet opnemen deed ze dat.’ * Continue reading

Ze zeggen dat het overgaat. Leven met rouw en verdriet – Johan Maes en Evamaria Jansen

De Vlaamse therapeuten Johan Maes en Evamaria Jansen constateerden dat rouw steeds meer gezien wordt als afwijking, een ziekte waarvan je zo snel mogelijk moet herstellen.

Als rouwende word je steeds vaker bekeken als iemand die hulp nodig heeft. Maar het gaat er niet om, aldus Maes en Jansen, je gemis uit te bannen, of verder te leven ondanks het gemis, maar om verder te leven met het gemis.

De auteurs vinden dat iedereen het recht heeft om te rouwen op eigen wijze: zelfs als de pijn een leven lang duurt, betekent dat niet dat er iets mis met je is. Een boek voor rouwenden en hun omgeving, met verhalen, uitleg over het rouwproces en praktische tips.

Johan Maes en Evamaria Jansen (Witsand)

ISBN 978 94 9038 205 6, prijs € 17,95

 

Deze recensie is in februari 2012 verschenen in Vakblad Uitvaart

Forex Robot
Forex Signals