Hij houdt van me, hij houdt niet van me

Houdt wel van me houdt niet van meTwee jaar geleden ontmoette ze hem voor het eerst. Zestig jaar en weduwnaar. Kracht straalde hij uit, ondanks een peilloos verdriet dat zichtbaar werd als hij over zijn vrouw sprak. Ze was een jaar eerder overleden na een uitputtend ziekbed dat niets had overgelaten van haar prachtige lijf.

Ongemerkt ging er bij haar, vijf jaar na haar scheiding, weer een luik open. Ze zoende hem. Hij deinsde niet terug. Niet veel later was ze part of the family. Zijn dochters accepteerden haar en ze mocht zich oma van zijn kleinkinderen noemen. Haar zoons vonden hem ook prettig gezelschap. Niet dwingend, geen vervanging van wat dan ook. Gewoon de leuke vriend van hun moeder. Koek en ei.

Ze dacht dat ze met deze man oud zou worden. Tot afgelopen augustus. Via de Duitse Waddeneilanden zouden ze al kamperend naar Denemarken trekken, waar een camper hen verder zou brengen tot aan Finmark, het uiterste noorden van Noorwegen, waar de zon zomers haast niet ondergaat.

De laatste keer dat hij haar drempel over stapte, bleef hij stilstaan bij het tafeltje in de gang. Hij schraapte zijn keel en zei: ‘Ik kan niet meer.’ Nooit was ze op haar qui-vive geweest en nu hoorde ze woorden die uit het niets leken te komen. ‘Ik ben gek op je, maar ik kan deze liefde niet meer aan.’ Ze snoof, schonk de wijnglazen vol en dronk alsof ze inhaleerde. In haar galmde het ‘niet waar, niet waar!’

‘Ik heb een grote liefde in mijn leven gehad en dat was mijn vrouw. Het voelt alsof ik haar ontrouw ben. Ik ben er gewoon nog niet aan toe.’

Hij stond ineens op en klikte haar sleutels van zijn bos. ‘Ik heb een grote liefde in mijn leven gehad en dat was mijn vrouw. Het voelt nog steeds alsof ik haar ontrouw ben. Ik ben er gewoon nog niet aan toe.’ Hij liep haar leven uit. Sindsdien wachtte ze. En vulde ze keer op keer haar glas bij.

Haar zoons maakten zich zorgen en stimuleerden haar er op uit te gaan. Frisse lucht zou haar wellicht wat vrolijker stemmen. Daarom vertrok ze richting Schiermonnikoog.  Ze kwam een heel eind maar bij Groningen kreeg ze dorst. Ze nam een afslag en ontdekte een jeugdherberg met een rieten dak, midden in het bos.

En daar zat ze ineens tegenover me. Een tot in de puntjes verzorgde vrouw van in de zestig.  Met droeve ogen. Aarzelend vertelde ze wat haar hier had gebracht. Daarna kwam een stroomvloed van woorden en tranen. Keer op keer vroeg ze: ‘Snap jij het nou?’, en: ‘Wat kan ik nou doen om hem terug te krijgen?’ Ik vroeg naar haar werk  en ze vertelde dat ze een nieuwe baan had gevonden, maar dat ze zich al voor haar eerste werkdag ziek had gemeld. ‘Ik ben na mijn scheiding vijf jaar tegen mijn zin in alleen geweest. Ik kan wel voor mezelf zorgen maar ik wil het niet meer. Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest als de afgelopen twee jaar. Ik wil niet alleen verder.’

De volgende ochtend schoof ze heel vroeg naast me aan de ontbijttafel. ‘Ik heb geen oog dicht gedaan’, zei ze. ‘Ik weet dat ik iets moet veranderen, maar ik weet niet hoe. Weet jij wat ik moet doen?’ Ik legde mijn hand op haar hand. ‘Neem de tijd. Je mag verdrietig zijn. Hij was je grote liefde. Zoek steun. Bij vriendinnen. Bij je zoons. Vraag of zij je kunnen helpen. En vraag hulp aan je huisarts. Je bent het waard.’ Ze keek me heel even aan en stond toen op. Even later stond ze naast me. Met haar tas. ‘Ik heb mijn oudste zoon gebeld. Ik ga naar huis’,  zei ze. ‘Dank dat je wilde luisteren.’

Over Daan Westerink 515 Artikelen
pedagoog (MEd), rouwdeskundige, docent en onderwijsontwikkelaar, publicist, mediator, trainer en social media expert.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.




Reacties Beschermd door WP-SpamShield voor WordPress