Zo, nu ben je wees. Doei
Er zijn in Nederland rond de dertigduizend wezen en halfwezen tot 18 jaar. Jaarlijks komen er een paar duizend bij. Deze kinderen en jongeren zijn […]
Er zijn in Nederland rond de dertigduizend wezen en halfwezen tot 18 jaar. Jaarlijks komen er een paar duizend bij. Deze kinderen en jongeren zijn […]
Thijs van Acker is een achttienjarige student communicatiewetenschappen. Met hem gaat alles goed. Tot zijn vader verdrinkt in een Frans meer, tijdens een vakantie met […]
In haar Gentse praktijk komt Evamaria Jansen veel schaduwrouw tegen. In haar boek Stille verhalen omschrijft zij deze als ‘rouw die niet erkend wordt en/of […]
Mijn eerste boek, ‘Leven zonder ouders’, verscheen vijf jaar geleden. In dat boek staan interviews met 61 volwassen zonen en dochters die vertellen over het […]
Veel grote uitvaartondernemingen hebben richtlijnen hebben opgesteld voor het gebruik van social media. De ondertoon is soms negatief, je kunt dan beter spreken over verboden dan over richtlijnen. Verboden werken echter niet. Geboden als ‘je moet op Twitter’ werken ook niet. Netwerken via de social media moet je liggen. Maar of je nu werkt bij een grote of kleine uitvaartorganisatie, of je nu fervent twitteraar bent of juist helemaal niet, het is goed om na te denken wat je als organisatie wilt doen op de digitale snelweg. Ga met elkaar om de tafel zitten. ‘Tips voor uitvaartondernemers op social media’ kunnen helpen eigen richtlijnen op te stellen.
Kleine uitvaartondernemingen hebben vaak nog geen richtlijnen voor het gebruik van social media door hun werknemers. Grote uitvaartondernemingen wel: zij geven in hun richtlijnen ‘social media’ steeds vaker aan dat medewerkers dienen te beseffen dat zij een visitekaartje zijn van het bedrijf, ook als ze op persoonlijke titel twitteren of op Facebook zitten. Maar zij geloven inmiddels ook dat social media kansen bieden om te laten zien dat je trots bent op je werk, wat kan bijdragen aan een positief imago van de organisatie.
Uitvaartondernemers die geconfronteerd worden met traumatische gebeurtenissen, zoals het overlijden van een kind, of een zelfdoding, en behoefte hebben aan ondersteuning, krijgen nu nog geen nazorg. Daan Westerink pleit ervoor dit wel te doen, als er behoefte aan is. De uitvaartbranche kan een voorbeeld nemen aan de politie, of aan de Spoorwegen. Werknemers in die branche worden wel opgevangen na een trauma.
‘Elk jaar worden er in Nederland 800 kinderen geboren met een stofwisselingsziekte. Dat zijn meer dan twee kinderen per dag. De meeste kinderen overlijden voordat ze 18 jaar zijn. Omdat er voor hun stofwisselingsziekte nog geen medicijn is.’ Het boek -THIJS- En toen hield het lachen op… gaat over het Thijs Blom. Een jongetje dat geboren wordt met de zeldzame stofwisselingsziekte Tay-Sachs. Een ziekte die ervoor zorgt dat hij steeds meer vaardigheden verliest, zieker wordt en uiteindelijk overlijdt
De bundel Hoe angst klinkt van Hans Hagen bevat teksten over eenzaamheid, over de strijd met een vader, verliefdheid, over de dood van een leeftijdsgenootje, maar ook over luchtige dingen in het leven die verwonderen. Sommige gedichten kunnen linea recta opgenomen worden in een verzamelbundel met de mooiste verzen over afscheid, dood en rouw.
Niet alleen buitenstaanders vergelijken het leed van anderen, ook nabestaanden onderling doen dat. ‘Jij verloor je vader? Ik verloor bij de bevalling mijn vrouw en mijn kind.’ gehoord tijdens een lotgenotenbijeenkomst. Leedconcurrentie. Dat troost niet. In tegendeel, het duwt je naar beneden. Wat is dan wel troost? Er gewoon zijn. Luisteren. Vragen wat iemand nodig heeft. Niet zeggen ‘ik begrijp het’als je het niet hebt meegemaakt. Geen adviezen geven omdat je het niet aan kunt zien dat iemand verdrietig is. Geef iemand de ruimte.
Copyright & kopiëren; 2026|WordPress thema door MH Themes