Rouwen is meer dan alleen maar praten en huilen

Op 17 juli 2014 werd vlucht MH17 neergehaald. 298 inzittenden kwamen om, waaronder 196 Nederlanders. Het is nu een jaar later. Hoe gaat het nu met de nabestaanden? En hoe doen jonge mensen dat: verder leven na deze ramp? Presentator Ingrid Corvers sprak hier in het radioprogramma Aan Tafel! van RTV Utrecht met mij over, aangezien ik een lotgenotengroep voor jonge nabestaanden van de #MH17 begeleidt, op verzoek van Stichting Impact en Slachtofferhulp Nederland.

In het gesprek gaf ik aan de afgelopen weken vooral heel veel emo-verhalen zag in de media over de vliegramp MH17.  Zeer aangrijpende verhalen die ook mij raken, maar daardoor is er wel vooral aandacht voor de op het verlies gerichte, en in mijn ogen wat vrouwelijke manier van rouwen. En dat is jammer, want er zijn ook andere manieren van omgaan met verlies. Rouwen is niet alleen maar je verdriet uiten. Het is ook proberen overeind te blijven staan. En hoe doe je dat nou? Wie en wat heb je dan nodig? Dat is voor iedereen anders. Voor rouwen bestaat geen protocol.

Wat ik jammer vind, is dat er een overvloed aan vrouwen werkzaam is in de (rouw)zorg, die zich voornamelijk richten op het verliesgerichte rouwen.

Wat ik mis is meer mannen in de zorg en meer aandacht voor herstel gericht rouwen. Alhoewel het zo is dat vrouwen na een verlies zich over het algemeen meer uiten (tranen laten zien, veel praten) en mannen over het algemeen meer doen (sporten, er op uit, werken), is het natuurlijk niet zo dat vrouwen bij de pakken neer blijven zitten en mannen niet huilen. Maar waar een meerderheid zich manifesteert (bankwezen, zorg) en er daardoor meer vrouwen of mannen ergens werkzaam zijn, dan zie je ook dat er veel meer aandacht is voor bepaald gedrag. Haantjesgedrag in het bankwezen en in de top van iedere bedrijfstak, het zogenaamd krabbenmandeneffect in de zorg en het onderwijs.
 
Ik hou van balans. En als die er niet is, dan kaart ik dat aan. Rouwen is roeien met twee riemen. Je slingert als het goed is heen en weer tussen de confrontatie met het verlies en het weer vastpakken van het leven. En voor beide manieren van omgaan met verlies zou evenveel aandacht moeten zijn. Niet alleen maar voor de tranen.
 
Nu worden veel manieren van rouwen onderbelicht en is er vooral aandacht voor het stilstaan bij het verdriet. Daarover sprak ik dusbij RTV Utrecht. En natuurlijk over jongeren en rouw. Ik hoor graag je reactie. 

n die op een andere manier rouwen ook gezien worden.

Over Daan Westerink 515 Artikelen
pedagoog (MEd), rouwdeskundige, docent en onderwijsontwikkelaar, publicist, mediator, trainer en social media expert.

4 Reacties

  1. Beste Daan,
    Ik denk toch echt dat ik je betoog wel degelijk snap. Maar ik ga hier in op de verwarring die je m.i. zaait zelf door te stellen dat je geen onderscheid maakt tussen mannelijk en vrouwelijk rouwen terwijl je het daar wel voortdurend over hebt in het vervolg van je betoog.
    Direct al wanneer je zegt: “En als het onderscheid al bestaat ben ik een man.” Neem je dan jezelf wel serieus? Je bent geen man. Je bent als vrouw een unieke persoon die rouwt op je eigen unieke wijze. En dat moet dan niemand “typisch mannelijk of vrouwelijk” noemen. Vervolgens stel je dat de aangrijpende, emotionele op verlies gerichte verhalen in de media in jouw ogen een “wat vrouwelijke manier van rouwen” weergeven. Doe je daarmee vrouwen niet tekort?
    In het interview voor RTV Utrecht zegt Ingrid Corvers “Ik vind het wel een interessant gezichtspunt: we hebben dus een mannelijk en vrouwelijke manier van rouwen.” Je bevestigt die opmerking: “Ja, dan ben ik man”. ook al nuanceer je hem wel in het vervolg van het gesprek. Maar wat ik hoor is dat dat niet overkomt bij Ingrid.

    Toen psycholoog Terry L. Martin en pastor/gerontoloog Kenneth J. Doka een onderzoek gingen opzetten over mannen en rouw, (Men don’t cry… Women do, 2000) veranderde deze invalshoek al snel in een veel bredere opzet. Want toen men poogde het begrip ‘mannelijke rouwpatronen’ te definiëren, merkte een vrouwelijke collega op dat daarmee precies de wijze waarop zij rouwde werd omschreven; dus ook jouw manier van omgaan met verdriet, als ik je opmerking: “dan ben ik man” goed interpreteer.

    Men kwam tot de conclusie dat termen als “mannelijk” en “vrouwelijk” in verband met rouw vermeden dienden te worden, met name ook omdat er in de populaire literatuur veel misverstanden door ontstaan waren.
    De onderzoekers zijn toen op zoek gegaan naar een genderneutrale formulering en kwamen uit bij de begrippen “instrumenteel” en “intuïtief”. Rouwenden die voor een ‘instrumentele overlevingsstrategie’ kiezen hebben de neiging hun emoties te temperen door actief te worden, door van alles te gaan doen, zaken te gaan regelen, op onderzoek uit te gaan. Zij die voor een ‘intuïtieve overlevingsstrategie’ kiezen rouwen door hun emoties direct te uiten, te huilen, te praten, ervaringen te delen en daarvoor steun bij anderen te zoeken.
    Uitgaande van deze twee duidelijke patronen, stellen Martin en Doka dat individuele rouwenden ergens op het continuüm tussen die twee uitersten inzitten. Mannen bewegen zich vaker in de richting van de instrumentele rouw, vrouwen vaker in die van de intuïtieve. Maar een duidelijk kenmerkend patroon dat typisch voor mannen of typisch voor vrouwen is valt, in tegenstelling tot wat veelvuldig gedacht wordt, niet vast te stellen.

    Jij formuleert die twee uitersten van dit continuüm met de stereotypering “dat vrouwen na een verlies zich over het algemeen meer uiten (tranen laten zien, veel praten) en mannen over het algemeen meer doen (sporten, er op uit, werken)”. Uitgaande van de continuümopvatting zitten individuele mannen zowel als vrouwen ergens tussen die twee uitersten in en voldoet dus vrijwel niemand aan deze stereotype omschrijving.
    Martin en Doka stellen dat gender wel van ‘invloed’ is op hoe men rouwt, maar niet ‘bepalend’. Die invloed komt voornamelijk voort uit verschillen in de manier waarop jongens en meisjes in onze samenleving worden opgevoed (Nature of nurture discussie). De opvoeding is gericht op socialisatie, een wezenlijk onderdeel daarvan is wat er van je verwacht wordt als vrouw en als man bij het omgaan met emoties.

    Natuurlijk heb je gelijk dat de berichtgeving eenzijdig is, maar wat wil je zo kort na de ramp, waarin de meeste nabestaanden nog nauwelijks aan rouwen toekomen vanwege alle rompslomp waarmee ze nog steeds geconfronteerd worden; dan kan het toch haast niet anders dan dat de volle nadruk komt te ligggen op het verdriet? Het gericht zijn op het veroveren van nieuw (toekomst)perspectief, wat jij noemt “herstel gericht rouwen” moet nog beginnen voor vrijwel iedereen. En volgens mij weet jij als journalist als geen ander dat je collega’s bij de snelle media (radio, tv en de schrijvende pers) in feite analfabeten zijn op het gebied van rouw, die veelvuldig werken met clichés en clichéopvatingen. Ik weet dat ik wat chargeer, want er zijn geluukig uitzonderingen. Een paar jonge pas afgestudeerde journalisten hebben een wondermooi artikel geplaatst over hun omgekomen collega: “Elke dag is Sacha wat verder weg” (Trouw 14-7-2015) (http://krant.trouw.nl/?utm_source=tr&utm_medium=tekstlink&utm_content=siteheader&utm_campaign=digitale+krant#/paper). Ze hebben goed geluisterd en heel zorgvuldig geformuleerd.

    Je hebt volkomen gelijk wat betreft de overvloed aan vrouwen en te weinig mannen in de (rouw)zorg, maar daarmee maak je weer het onderscheid tussen mannelijk (herstel gericht) en vrouwelijk (verlies gericht) rouwen. Sowieso is het de vraag of er niet veel te veel “rouwzorgers” zijn. Het is J. William Worden die daar zijn zorg over uitspreekt in de laatste editie van zijn standaardwerk.

    Er valt nog veel meer over te zeggen, maar dit is al erg veel dus ik stop maar. En groet je hartelijk met veel waardering voor je werk.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.




Reacties Beschermd door WP-SpamShield voor WordPress